Het startsein voor de politieke campagnes voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen wordt in Iowa gegeven. Hier brengen de Amerikanen als eerste hun stem uit voor een presidentiële kandidaat, zij doen dat in de vorm van een caucus. Leden van een partij komen samen om te bepalen op welke kandidaat zij zullen stemmen. Hierover gaat men tijdens de bijeenkomst de discussie aan, dikwijls wordt de poging gedaan om elkaar van gedachte te laten veranderen.
Op vier januari bespreek ik de uitslag met Pete D’Alessandro, politiek strateeg en eigenaar van PAD Consulting, een politiek adviesbureau in Des Moines. D’Alessandro begon zijn politieke carrière begin jaren 90 als stafmedewerker voor Pat Quinn. Quinn was destijds penningmeester voor de staat Illinois en is daar tegenwoordig de gouverneur. Later was D’Alessandro werkzaam in diverse leidinggevende functies voor campagnes voor Leonard Boswell, Tom Vilsack en Chet Culver. D’Alessandro is bovendien actief geweest voor meerdere presidentiële campagnes.
Direct gaat het gesprek over het nipte verschil waarmee Mitt Romney het van Rick Santorum won. Hét verhaal van de caucus in Iowa is zonder twijfel de opkomst van Santorum. The Santorum Surge, geen geld wint van het grote geld. Multimiljonair Romney die een miljoenencampagne voert versus Santorum, de kandidaat die met een campagnemedewerker de staat door scheurt om handen te schudden en bijeenkomsten in huiskamers bij te wonen.
Het heet Retail Campaigning, de straat op en kiezers ontmoeten om zo de campagneboodschap te verkopen. Santorum heeft zich met deze tactiek een kundig politicus getoond, het is namelijk dé manier om effectief campagne te voeren in een kleinere staat als Iowa. Aanzienlijke hoeveelheden kiezers zijn eenvoudig te bereiken en de impact van een ontmoeting met een kandidaat is velen malen groter dan reclames op televisie of billboards. Het zal Santorum minder gemakkelijk af gaan als hij naar de grotere staten gaat. Daar zijn de kandidaten namelijk veel meer afhankelijk van de media om de kiezer te bereiken en dus van hun campagnekas om reclame tijd in te kopen. Santorum heeft dit geld niet. Romney, die wel over miljoenen beschikt, zal zich daarom niet al te veel zorgen maken om de plotselinge opkomst van Santorum.
Op het moment dat ik D’Alessandro aan de telefoon heb maakt Michelle Bachmann bekend dat ze zich terug trekt uit de race. Iowa staat bekend om het uitvallen van kandidaten, meestal zijn het er twee of drie, aldus D’Alessandro. Bachmann heeft zich een tijdje een populair kandidaat gewaand maar kon uiteindelijk op slechts vijf procent van de stemmen rekenen.
Het is tekenend voor het grillige karakter van het electoraat in Iowa. Twee dagen voor de caucus had 41 procent van de kiezers nog niet een definitieve keuze gemaakt. Ik vraag aan D’Alessandro hoe het komt dat zo’n groot deel van de Republikeinen in Iowa zo kort voor de verkiezing niet zeker weet op wie ze zullen stemmen. Twee redenen. Ten eerste is geen van de kandidaten aansprekend genoeg om een groot deel van de stemmen weg te kapen of de voorkeur van de kiezers vast te houden. De afgelopen maanden stonden verschillende kandidaten aan kop in de polls en is het geen van de kandidaten gelukt deze plek vast te houden. Romney lijkt het meest constant. Romney is alleen niet bijzonder geliefd onder de Republikeinen. Bovendien bestaat het vermoeden dat een aanzienlijke groep de keuze niet definitief maakt om pas op het einde te beslissen hoe zij Romney kunnen saboteren door op een andere kandidaat te stemmen. Ook in Iowa wordt tactisch gestemd.
Hoe we de verkiezingen zullen herinneren is natuurlijk nog lang niet duidelijk, maar er waren wel twee defining moments in de aanloop naar drie januari stelt D’Alessandro. Het uitvallen van Tim Pawlenty en de opkomst van Newt Gingrich. Tim Pawlenty trok zich in de zomer van 2011 terug. Volgens D’Alessandro bood hij een sterk alternatief voor Romney. Hij had zelfs kunnen winnen omdat hij zich veel stabieler en betrouwbaarder opstelde. De strijd tussen twee kandidaten die had kunnen zijn werd zodoende een strijd tussen alle kandidaten die elke kant op kon gaan en ook is gegaan.
Een belangrijker moment was de snel stijgende populariteit van Gingrich. Vrijwel meteen na de flitsende start van Gingrich’s campagne werd hij het mikpunt van de andere kandidaten. Hij werd direct keihard naar beneden gesabeld, “He was knocked down immediately”. Diverse media berichtten dat de campagne van Gingrich de organisatiestructuur miste om zich tegen de aanvallen te wapenen. D’Alessandro stelt dat Gingrich eenvoudigweg te laks is geweest. Hij was ervan overtuigd dat hij zijn koppositie in de polls vast kon houden en uiteindelijk Iowa kon winnen zonder zijn organisatiestructuur hierop aan te passen. Het pakte anders uit. Het is moeilijk om de top te bereiken, maar om er te blijven is nog moeilijker en dat vereist een strak georganiseerde campagne.
Gingrich heeft er dus flink van langs gekregen en heeft dit moeten bekopen met een tegenvallende hoeveelheid stemmen. Het heeft ertoe geleid dat Gingrich gister bekend heeft gemaakt dat hij zich niet terug trekt uit de race en dat hij de tegenaanval in zal zetten, hij heeft zich een houding aangemeten van “Allright, I’m going to get even”. Dit kan het keerpunt in de presidentiële kandidaatsrace betekenen. Het wordt hard tegen hard. Terwijl Gingrich eigenlijk tegen een strijd tussen Republikeinen is. Liever ziet hij Republikeinen gezamenlijk de pijlen op Obama richten.
Gingrich werd onder andere aangepakt door Romney’s Super PAC, een politiek actie comité dat niet officieel verbonden is aan een kandidaat maar deze wel steunt door middel van reclame. Zo viel in Amerikaanse media te lezen: “Romney’s Super PAC is destroying Gingrich”.
Nu Gingrich terug gaat slaan en ook zijn Super PAC meer van zich laat horen zal het aantal negatieve spotjes over beide kandidaten flink toenemen. Hier liggen de kansen voor Santorum, deze kan vanaf de zijlijn toekijken hoe Romney en Gingrich elkaar beschadigen met negatieve publiciteit. In de tussentijd zal Santorum een positieve toon aanslaan en zich opstellen als de kandidaat die over issues praat en zijn handen niet vies maakt aan het besmeuren van zijn tegenstanders. Zodoende plaatst Santorum zichzelf boven het Negative Frame, zoals D’Alessandro het discourse van een negatieve campagne noemt. Een bijkomend voordeel, Santorum hoeft z’n portemonnee niet te trekken. Het lijkt het verhaal van de twee honden die vechten om het been en Santorum gaat ermee heen…
D’Alessandro ziet overigens weinig kans voor Gingrich, de oud voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, om de presidentiële kandidaat namens de Republikeinse Partij te worden. Daarvoor is hij al teveel kapot gemaakt. Maar het is goed mogelijk dat we over een jaar terugkijken en concluderen dat het in Iowa was dat Gingrich de kandidaatscampagne tot een smerige campagne maakte, met alle gevolgen van dien.
Ten slotte praten we over de Democratische Partij, hoe zijn de kansen voor Obama op het moment? D’Alessandro ziet mogelijkheden voor Obama, hij baseert zich op de Iowa caucus in 2004. Destijds bevonden de Democraten zich in dezelfde positie als de Republikeinen nu. De Republikeinse kandidaat was toen al bekend, dit was George W. Bush, en de afkeer tegen hem was enorm, net zo als de afkeer onder Republikeinen tegen Obama nu ook groot is. En hoewel Bush zijn termijn met vier jaar verlengde waren de Democraten in Iowa veel actiever en enthousiaster om een Democraat in het Witte Huis te krijgen dan de Republikeinen dat nu zijn. Het blijkt volgens D’Alessandro uit de opkomst, in 2004 gingen 145000 Democraten in Iowa naar een caucus terwijl eergister ‘slechts’ 122000 Republikeinen gingen. D’Alessandro denkt dat de Republikeinen nu minder gretig zijn dan de Democraten in 2004.
Of dit iets zegt is natuurlijk nog maar de vraag, zoals gezegd verloor Kerry in 2004 van Bush. Het is in ieder geval aan Obama om het enthousiasme en de gretigheid te mobiliseren.
Volgende stop is New Hampshire op 12 januari. Het is afwachten welke strategische zetten de kandidaten doen en hoe deze uitpakken.
